Inzicht

Soms moeten dingen veranderen,
niet omdat anderen dat van je verwachten of willen,
maar omdat het beter is voor jezelf.

Zoals iemand me vandaag meldde, tijd voor een andere koers, andere inzichten
iemand die daar blijkbaar zelf ook voor gekozen heeft
en ik twijfel een beetje en heb zo het akelige gevoel dat ik daar niet meer in voorkom
dat ik dat gevoel heb is geen goed teken, want de ervaring leert dat mijn gevoel me niet zo heel vaak bedriegt

dan moet je je kijk op dingen, op mensen aanpassen

de verwachtingen die je blijkbaar toch had wat bijstellen
al had je dat deze keer en juist van die persoon zeker niet verwacht

en als je dan deze wijsheid van een meisje van acht ziet
opent dat de ogen van deze man van 55 en verschijnt er een flauwe glimlach op dat verkreukelde gezicht……………

Feeling Blue2 crop

Peaceful Easy Feeling – Eagles (1972)

eagles-usa-peaceful-easy-feeling-asylum-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
“Peaceful Easy Feeling” is a song written by Jack Tempchin and recorded by the Eagles. It was the third single from the band’s 1972 debut album Eagles. The single reached #22 on the charts and is one of the band’s most popular songs. Glenn Frey sings the lead vocal, with Bernie Leadon providing the main harmony vocal (starting in the beginning of the second verse) and Randy Meisner completing this three-part harmony.
Tommy Shannon, the former bass player for Stevie Ray Vaughan, stated that “Peaceful Easy Feeling” was playing on the radio when he found out about the helicopter accident that took Vaughan’s life.
Jack Tempchin wrote the song during a period in which he was performing at folk coffee shops around his hometown of San Diego. A friend had created a poster to advertise his performances, which included fake quotes from famous individuals attesting to Tempchin’s talent, which landed in the hands of a shop owner in nearby El Centro. Tempchin slept on the floor of the club the night of his show, and wrote an early version of “Peaceful Easy Feeling” on the back of the poster. Back in San Diego, Tempchin was rooming in a communal-type home with other musicians when inspiration for completing the song hit.

 

 
Er zijn van die momenten dat je mensen even helemaal zat bent, dat je het even helemaal gehad hebt en ik geloof dat ik er even heel dichtbij zit.

Problemen met één van de kinderen, als je vrouw (geheel ten onrechte) een bak met stront over zich heen krijgt van een aangetrouwd familielid, die een mening over van alles en nog wat heeft, maar beslist niet weet hoe de vork in de steel zit, en nog een stuk of wat teleurstellende ervaringen van de laatste tijd, dan twijfel ik ook aan alles en iedereen en langzaam bekruipt me dan dat gevoel.

Beslist geen Peaceful Easy Feeling dus. In tegendeel een heel beknellend gevoel. Een gevoel van laat allemaal maar. Heb dan het gevoel dat niemand op me zit te wachten. Ik ga me dan afsluiten, kruip terug in m’n schulp. Iets waar ik met heel veel moeite soms uit kruip, maar door dit soort incidenten zoek ik die veiligheid maar weer al te graag op.

Ik moet daar voor oppassen dat weet ik. Geheel tegen mijn aard, maar uit bescherming wordt ik harder, afstandelijker. Ik verspeel hierdoor misschien een vriendschap die me veel waard is, hoewel ik zelfs aan de echtheid van die vriendschap twijfel, maar ik zit nu eenmaal zo in elkaar. Ondanks dat ik dit weet van mezelf, kan ik er maar met moeite iets aan veranderen en soms ontbreekt ook gewoon de energie even om er tegen te vechten.

Ik heb ze gelukkig niet zo vaak meer die periodes, maar ik voel dat ik er dicht tegenaan zit. Ik voel de energie in me minder worden. Een machteloosheid kruipt in me en de zin om iets te ondernemen wordt minder. Ik heb dan ook het gevoel dat niemand me begrijpt, ik betwijfel of ik mezelf wel begrijp.

Buiten raast de storm en mijn beste vriendin staat met haar trouwe hondenogen te smeken om er op uit te gaan. Ik denk dat ik met haar mee ga. Even met de kope tegen de wind in lopen, misschien helpt dat een beetje en denk ik er straks, of misschien morgen, of misschien volgende week heel anders over……..

It’s Oh So Quiet – Björk (1995)

 

 

bjork_its_oh_so_quiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“It’s Oh So Quiet” is a song by American singer Betty Hutton, released in 1951 as the B-side to the single “Murder, He Says”. It is a cover of the German song “Und jetzt ist es still”,performed by Horst Winter in 1948, with music written by Austrian composer Hans Lang and German lyrics by Erich Meder. The English lyrics were written by Bert Reisfeld. A French title, Tout est tranquille, was performed in 1949 by Ginette Garcin and the Jacques Hélian Orchestra.
The song was covered by Björk in 1995. It remains her biggest hit, reaching #4 in the UK and spending 15 weeks on the UK Singles Chart. Fuelled by the Spike Jonze-directed music video clip, the single also shot Björk into the spotlight in Australia, where it reached #6. In the United Kingdom the single has been certified as Gold, having sold upwards of 400,000 copies.
The song is used in the promo for the sixth and final season of HBO’s romantic sitcom Sex and the City and, as a cover version by Lucy Woodward, in Walt Disney Pictures’s 2005 film Ice Princess.
The music video, directed by Spike Jonze, which was shot in San Fernando Valley, California, features everything in slow motion as Björk sings the verses; during the riotous chorus, everything returns to regular speed and everyone near her dances along. Normal life resumes during the next verse with the return of slow motion. This theme continues throughout the video. This video based on Jacques Demy’s 1964 film Les Parapluies de Cherbourg.
“It’s Oh So Quiet” video received six nominations for the MTV Video Music Awards for 1996 including Best Female Video, Best Art Direction, Breakthrough Video, Best Direction in a Video, International Viewer’s Choice Award — MTV Europe and Best Choreography in a Video, winning Best Choreography.

 

 

 

En dan ineens is het stil, heel stil, opvallend stil ………. Zo stil dat het dus zelfs zo’n sukkel als ik opvalt!

Het is nu eenmaal onvermijdelijk in het leven dat mensen in je leven opduiken en mensen weer verdwijnen. Een continu proces lijkt wel. Toch raak je aan sommige mensen op één of andere manier gehecht en juist dan vind je het jammer dat die mensen verdwijnen. Helaas toch gebeuren die dingen.

Verrassend hoe je mensen soms ontmoet, soms op de raarste plaatsen. Zo heb ik contact met iemand gekregen op een plaats waar ik dat nooit op die manier had verwacht. Toch was er iets. Ik weet niet goed hoe je het moet noemen. Een klik, een gevoel van verwantschap, iets van vriendschap, in ieder geval had ik een goed gevoel.

Er ontstond een leuk contact, via berichtjes, foto’s, soms uitdagend, soms serieus, soms heel serieus, maar in ieder geval heel regelmatig en frequent. Tot op een bepaald moment er iets veranderde. Het gevoel werd anders, wat afstandelijker. Je kunt het niet omschrijven maar het gevoel wordt anders en ineens werd het dus opvallend stil.

UIteraard is er een reden voor, zoals er voor alles een reden is. Ik kan er waarschijnlijk tientallen verzinnen, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik hou niet zo van speculeren, heeft geen enkele zin want de enige echte reden weet ook alleen die ander.

Ik heb al eens eerder, zelfs één nog niet eens zo heel lang geleden, soortgelijke ervaringen gehad, maar ik kan er niet echt aan wennen.

God – John Lennon (1970)

john_lennon_god1

 

 

“God” is a song from John Lennon’s first post-Beatles solo album, John Lennon/Plastic Ono Band. The album was released on 11 December 1970 in the United States and the United Kingdom.
The song was considered controversial upon release, dealing with anti-religious themes.
There are three sections in the song: In the first section, John Lennon describes God as “a concept by which we measure our pain”.
In the second, Lennon lists many idols that he does not believe in, ending by stating that he just believes in himself (individuality) and Yoko (his wife). The idols he lists are: magic, I Ching, Bible, tarot, Hitler, Jesus, Kennedy (which he also sang as “Kennedys”, referring to both John F. Kennedy and Robert F. Kennedy), Buddha, mantra, Gita, yoga, kings, Elvis, Zimmerman (Bob Dylan) and Beatles.
The final section describes Lennon’s change since the break-up of The Beatles. He states that he is no longer the “Dreamweaver” or “The Walrus”, but just “John”. The final line of the song, “The dream is over” represents Lennon’s stance that the myth “the Beatles were God” had come to an end. “If there is a God,” Lennon explained, “we’re all it.”

 

 

General Comment
I think this is John Lennon saying that at that point in his life nothing else matters or is important to him other than his happiness with his wife. The long list are just examples of things and people that have in some way influenced great masses of people in the past and are of no importance to him. The last line expressing his non-belief in ‘Beatles’ is what leads him to say that ‘the dream is over – what can i say – the dream is over – yesterday. Though he is well beyond the Beatles at this time he realises that they are still important to a great many people. He is basically apologising for not being John the Beatle anymore, that he still regards them all as friends though they will have to carry on. The dream (being the Beatles) is over . .

 

god john lennon

 

God is a concept
By which we measure
Our pain
I’ll say it again
God is a concept
By which we measure
Our pain

I don’t believe in magic
I don’t believe in I-Ching
I don’t believe in Bible
I don’t believe in tarot
I don’t believe in Hitler
I don’t believe in Jesus
I don’t believe in Kennedy
I don’t believe in Buddha
I don’t believe in mantra
I don’t believe in Gita
I don’t believe in yoga
I don’t believe in kings
I don’t believe in Elvis
I don’t believe in Zimmerman
I don’t believe in Beatles
I just believe in me
Yoko and me
And that’s reality

The dream is over
What can I say?
The dream is over

 

 

 

Een song van John Lennon uit 1970 al en voor mij nog steeds heel actueel. Ik ben ook niet zo’n gelover. Het rijtje wat John Lennon in zijn song GOD opnoemt is aan de vrij korte kant, want die lijst kan tegenwoordig nogal aangevuld worden. Ik weet eigenlijk niet zo goed (meer) waar we nog wel in kunnen geloven. Wie we nog wel kunnen geloven. Misschien alleen nog in ons zelf, alhoewel ook daar ben ik (zeker in mijn geval) niet altijd even zeker van …………

Colours – Donovan (1965) -2-

donovan colours

Yellow is the colour of my true love’s hair
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise,
That’s the time, that’s the time,
I love the best.

Blue’s the colour of the sky
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise.
In the mornin’ when we rise.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Green’s the colour of the sparklin’ corn
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise.
In the mornin’ when we rise.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Mellow is the feeling that I get
When I see her, mm hmm,
When I see her, uh huh.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Freedom is a word I rarely use
Without thinkin’, mm hmm,
Without thinkin’, mm hmm,
Of the time, of the time
When I’ve been loved.

Colours van Donovan is één van die liedjes waar ik vrolijk van wordt als ik het hoor, ook nu weer.

Soms heb ik zo’n bui dan ga ik op pad, zomaar ergens naar toe. Geen doel, geen plan. We zien wel hoe het loopt en waar we uitkomen.
Je komt dan in verrassend leuke plaatsjes en ziet, als je tenminste goed kijkt, ook verrassend leuke dingen.

Dingen ook waar je vrolijk van wordt. Vandaag was weer zo’n dag en ook nu bracht het avontuur me op leuke plaatsen en werd ik vandaag onder andere opgevrolijkt door het mooie weer en door deze kleurige pompoenen……………

Screen Shot 10-12-14 at 06.30 PM Screen Shot 10-12-14 at 06.31 PM 001 Screen Shot 10-12-14 at 06.31 PM

I Found Out – John Lennon (1970)

lennon1

 

 

 

 

 

“I Found Out” is a song by the English musician John Lennon from his 1970 album John Lennon/Plastic Ono Band.
The song expresses Lennon’s disillusionment with a world dominated by what he saw as false religion and idols, and warns against being taken in by such beliefs. In common with another theme on the album, the song is also critical of Lennon’s former band The Beatles. During the late 1960s, bandmate George Harrison became interested in Eastern mysticism; Lennon dismisses Harrison’s beloved gurus and Hare Krishna mantra as “pie in the sky” and refers to “religion from Jesus to Paul”.
The instrumentation, style, and production of the song are typical of Lennon’s Plastic Ono Band era work. The song features a low, rumbling tremolo guitar, thumping drums, a rolling, minimal bass guitar line, and a scathing vocal delivery. The recording is bare-bones, in stark contrast to the heavy production of Lennon’s later albums. It is influenced more heavily by blues music than other songs on Plastic Ono Band.

 

 

General Comment

Basically, he “found out” not to bother getting his beliefs from others, just rely on yourself to find out what is true. As Dylan said: “don’t follow leaders, watch the parking meters.”

 

 

underestimate

Ieder mens start zijn leven volkomen blanco en goedgelovig als we in weze allemaal zijn slikken we alles wat ons verteld wordt voor zoete koek. Echter op een gegeven moment gaan bij de meeste mensen de hersens hun werk doen en ga je zelf over dingen nadenken.

Niet dat dat je nu persé ontzettend gelukkig maakt, maar we hebben (tenminste de meesten van ons) nu eenmaal iets gekregen om mee te denken en of je nu wilt of niet, het gebeurt vrij automatisch. De één denkt wat meer dan de ander, maar we kunnen het allemaal.

Na verloop van tijd kom je er dan ook achter dat een hoop dingen die ons wijs gemaakt zijn niet helemaal waar of helemaal niet waar blijken te zijn. Naarmate een mens ouder wordt worden dat steeds meer dingen, tot je op een gegeven moment gaat twijfelen of er wel iets waar is van wat je vertelt wordt. Bij het ene mens gebeurt dat al in een vroeg stadium van het leven, bij sommigen als kind al, bij anderen echter valt echter op veel latere leeftijd het kwartje pas.

Als je er echte achter komt, kan dat best een pijnlijke ervaring zijn, zeker als je achter dingen komt, waar je veel liever niet van had geweten, want soms kom je achter dingen waar je beslist niet happy van wordt als blijkt dat mensen die je vertrouwde of mensen waar je van gehouden hebt je gewoon hebben besodemietert.

Je gaat twijfelen aan wat er in de kranten staat, wat er op t.v./radio en internet verschijnt en als je eenmaal in die modus zit ga je dus zelfs twijfelen aan vriendschap, want gaandeweg leer je dat ook vriendschap maar heel betrekkelijk is.

Als je als mens geluk hebt hou je toch een paar mensen over waar je wel in kunt blijven geloven, mensen die je wel kunt vertrouwen, vrienden die er voor je zijn, no matter what. Misschien zijn het er niet veel, maar ze zijn er beslist.

Ik weet het zeker, because I Found Out!

Une Belle Histoire – Michel Fugain (1972)

fugain belle histoire

 

 

Une belle histoire (ook wel Un beau roman) is een single van Michel Fugain & Le Big Bazar. Het is afkomstig van hun eerste gezamenlijke titelloze studioalbum. Het plaatje is geschreven door Michel Fugain op tekst van Pierre Delanoë en met begeleiding van een orkest van muziekproducent Jean Bouchety. Het staat (bijna) elk jaar genoteerd in de Radio 2 Top 2000. Dat is eigenaardig aangezien het liedje in Nederland en België nooit een grote hit is geweest. Une belle histoire werd in de jaren ’70 gedraaid in een tijd dat Hilversum 3 (de voorloper van 3FM) speciale aandacht besteedde aan Franstalige liederen, min of meer onder druk van het radioprogramma Muziekmozaïek van Willem Duys. Later werd het lied over een vervlogen jeugd nog wel gebruikt als muziek bij een reclame van Orange. Het werd toen opnieuw gezongen door Alderliefste en Paul de Leeuw onder de tweetalige titel Une belle histoire / Een mooi verhaal en die haalden er een bescheiden hit mee. Die tweetaligheid is het nummer niet vreemd, al tijdens de eerste release in Italië werd een versie gezongen in het Frans/Italiaans met Caterine Caselli. In Spanje werd de single uitgebracht onder de titel Una bella historia / Vamos, Muevete.

 

Fugain werd geboren als zoon van de medicus en verzetsstrijder Pierre Fugain. Hij brak zijn studie medicijnen af en werd assistent van de filmregisseur Yves Robert. Fugain raakte bevriend met Michel Sardou en schreef vervolgens nummers voor Disques Barclay, die door onder andere Dalida werden uitgevoerd.
In 1969 bracht hij zijn eerste album uit, genaamd Je n’aurai pas le temps. Het titelnummer werd als “if I only had time” gecoverd door John Rowles, die daar een grote hit mee had. Fugain was in 1972 oprichter van de formatie Michel Fugain et le Big Bazar, die verder bestond uit elf musici, vijftien zangers en dansers. In datzelfde jaar bracht deze formatie het bekende nummer Une belle histoire uit, dat in 1973 werd gecoverd door Ann Christy (Een mooi verhaal), in 1975 door Gerard Cox (Een mooi verhaal) en later door Paul de Leeuw en Alderliefste (Une belle histoire / Een mooi verhaal) alsook door Noordkaap (Een mooi verhaal).

 

fugain michel

 

 

Op speciaal verzoek van een lezeres van mijn blogs deze keer een blogje over het nummer “Une belle histoire” van Michel Fugain. Ik vind dit persoonlijk ook één van de mooiste Franse chansons. Ik word altijd vrolijk van deze song en da’s mooi.

Iedereen kent denk ik wel een mooi verhaal, ook ik. Deze week vroeg mijn jongste zoon of ik een romantische film kon aanraden die hij met zijn meisje kon kijken. Hij is namelijk (nog) niet zo thuis in de romantische categorie, is meer van de actie en science fiction, maar zijn (toekomstige) vriendin wil iets romantisch zien.

Eén van de mooiste verhalen die ik ken is die van de film “The Notebook”. Hoewel ik eigenlijk ook niet zo ben van de romantische movies, vind ik dit toch wel een heel aangrijpend verhaal, en eentje die ik ook wel vind passen bij dit nummer van Fugain, want bij zo’n nummer past een mooi verhaal!

 

the-notebook

Allie (Allison) Hamilton is een welvarend, 17-jarig meisje dat haar zomer doorbrengt in Seabrook. Daar ontmoet ze Noah Calhoun. Hij werkt op een houtzagerij met Fin, het vriendje van Allies goede vriendin Sarah. Noah ziet Allie op de kermis en is op slag verliefd op haar. Eerst moet Allie niets van Noah weten, maar langzamerhand valt zij voor zijn charmes. Samen beleven ze een prachtige zomer vol liefde en hartstocht, maar de ouders van Allie keuren hun relatie niet goed. Noah verdient maar weinig geld en zij willen een goede toekomst voor hun dochter, om deze reden verbieden ze Allie Noah nog te zien.

Na deze ruzie begint Noah in te zien dat een relatie op afstand eigenlijk geen relatie is, nu Allie naar New York vertrekt. Allie verbreekt hun relatie uit wanhoop en verdriet, maar ze heeft er meteen spijt van en wil Noah opzoeken, maar haar ouders nemen haar mee terug naar huis. Fin stelt Allie gerust en zegt dat Noah haar zal schrijven, als hij wil. Dat doet hij, hij schrijft haar een jaar lang elke dag een brief, maar ze blijven allemaal onbeantwoord. Noah is in de veronderstelling dat Allie niets meer van hem wil weten, maar Allie wacht op zijn brieven, die haar moeder stiekem achterhoudt. Na een jaar beginnen Noah en Allie aan een nieuw leven, zonder elkaar.

Noah gaat voor de oorlog naar het front met Fin, die daar sterft bij een bominslag. Allie geeft zich op als vrijwillige verpleegster voor de gewonde soldaten en daar ontmoet ze Lon, een rijke man die wel bij haar ouders in de smaak valt. Allie verlooft zich met hem, maar Noah blijft in haar hoofd. Ondertussen is Noah teruggekomen en heeft hij samen met zijn vader het huis waar Allie in de zomer woonde, gekocht en geheel opgeknapt. Als Allie haar trouwjurk past en ze de krant leest, ziet ze een foto van Noah voor het opgeknapte huis, en besluit ze voordat ze gaat trouwen een paar dagen ertussenuit te knijpen en naar Noah, in Seabrook, toe te gaan. De dagen dat ze daar is zijn hartstochtelijk en de vlam tussen Allie en Noah begint weer te branden.

Op een gegeven moment komt haar verloofde Lon naar het stadje Seabrook en uiteindelijk moet ze de keuze maken tussen Lon en Noah, en haar keuze valt op Noah. Jaren later zie je Noah en Allie in een verzorgingstehuis, Allie is dementerend en Noah zit vrijwillig bij haar. Alles wat ze hebben meegemaakt heeft Allie opgeschreven in een boek. Ze heeft het boek geschreven zodat haar geheugen terug komt, als Noah hieruit voorleest.