No Expectations – The Rolling Stones (1968)

rollstones-noexpect

 

 

“No Expectations” is a song by British rock and roll band The Rolling Stones featured on their 1968 album Beggars Banquet. It was first released as the B-side of the “Street Fighting Man” single in August 1968. Brian Jones’ acoustic slide guitar on the recording represents one of his last major contributions before leaving the band.
This slow ballad was written by Mick Jagger and Keith Richards. Bill Janovitz says, “The loneliness expressed in the song is palpable; all about being left behind, the song is certainly a tribute in musical and lyrical tone to such Robert Johnson blues songs as “Love in Vain”-a favourite cover of the Stones-referencing such images as a train leaving the station.”
Jagger said in a 1995 interview in Rolling Stone, “That’s Brian playing [the slide guitar]. We were sitting around in a circle on the floor, singing and playing, recording with open mikes. That was the last time I remember Brian really being totally involved in something that was really worth doing”. Accompanying Jones is Richards on acoustic rhythm guitar. Janovitz remarked that Richards, “play[s] the same open-tuned rhythm he would later use on ‘You Can’t Always Get What You Want’, also contributing to that lonely ambience.” The song is also noted for its simple claves-kept beat by Charlie Watts and Nicky Hopkins’s “building single-chord organ” and ornamental turns on piano. Many fans have considered this song to be Brian Jones’ ‘swan song’.

 

disappoint

 

Ikzelf ben inmiddels een mens geworden zonder veel verwachtingen. Ik neem het leven zoals het komt. Ik neem mensen zoals ze zijn. Toch is het soms best wel eens slikken, want helemaal zonder verwachtingen blijk ik toch ook niet te zijn en ik denk eigenlijk dat niemand dat is. Iedereen heeft wel zo zijn verwachtingen, dus iedereen kent zo zijn teleurstellingen.

In de regel kan ik het goed handelen als iets niet helemaal loopt zoals ik dat graag heb. Mijn motto is dan ook “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”. Dat heb ik me in de loop der jaren aangeleerd, vooral ter bescherming van mezelf, ter voorkoming van de nodige teleurstellingen. Door mijn beperking heb ik mezelf dingen moeten aanleren die me daar bij houvast geven en helpen en dat werkt in de regel prima.

Toch zijn er soms best teleurstellingen. Die zullen ongetwijfeld te maken hebben met verwachtingen die ik blijkbaar dan toch had. Dom van me om toch weer in zo’n valkuil te stappen. Ik zou inmiddels toch beter moeten weten. 

Meestal betreft het (althans in mijn geval) mensen waar je iets voor bent gaan voelen, waar je een goed gevoel bij hebt of had. Mensen die ik op één of andere manier mag, die ik betitel als een fijn mens met het hart op de goede plek. Als juist die mensen je dan op één of andere manier teleurstellen is dat even slikken. Uiteraard hebben die mensen dat zelf niet eens door, die hebben een heel andere kijk op het geheel en hebben geen idee van mijn verwachtingen. Daar kunnen ze niets aan doen en dat hoeven ze natuurlijk ook niet, het is mijn taak om er iets mee te doen. Mijn verwachtingen zijn verkeerd, die moet ik bijstellen. Weer werk aan de winkel dus voor deze kerel.

Gezien mijn beperking zorgt dit nogal voor storm in mijn hoofd, maar dat ben ik inmiddels wel gewend, want eigenlijk stormt het daar altijd wel en van een beetje extra storm raak ik niet (lang) meer in de war. Het verwerken gaat vast wat tijd vergen, wat dat betreft zit ik nogal complex in elkaar, maar dat maakt het leven boeiend. Voor nu maar weer even overschakelen op “No expectations” ………….

See Me, Feel Me – The Who (1969)

 

see me feel me

 

 

 

 

“See Me, Feel Me” is a single from The Who’s 1969 album Tommy. It consists of two overture parts from Tommy, the second and third parts of the album’s final song “We’re Not Gonna Take It”: “See Me, Feel Me” and “Listening To You”. It was released as a single in September 1970. The track itself as a single doesn’t appear on the 1969 studio version of the album.
The Who performed “See Me, Feel Me”, followed by the refrain of “Listening To You”, at the 1969 Woodstock Festival. This was captured on film in Woodstock (1970) and The Kids Are Alright (1979). “See Me, Feel Me” was also released as a single in the United States to capitalise on its appearance in the Woodstock film. Entering the charts on 23 September 1970, it reached number 12 on the Pop Singles Chart. It was also released in the United Kingdom but did not chart there.
The band performed this song at the Closing Ceremony of the 2012 Olympic Games in London on Sunday 12 August 2012, along with “Baba O’Riley” and “My Generation”.

 

 

 

Ik zag vanmorgen bij iemand op facebook een filmpje van GGZ Friesland. (Dank u mevrouw, voor het delen, maakte mijn vrijdag een goede!) Die zijn bezig met een campagne tegen vooroordelen in de psychiatrie. ‘Niemand ís zijn stoornis!’ is de slogan.

 

Die vooroordelen hebben mensen nogal en helemaal als het gaat om psychische stoornissen. Dingen die vaak niet direct in één oogopslag te zien zijn. Toen ik het filmpje zag kwam er in ieder geval een hele grote smile op mijn gezicht. Ik denk ook wel een smile van herkenning.

Als kind namelijk werd er ook over en soms ook tegen mij nogal eens gezegd “wat een vreemd menneke, lijkt wel een autist”. Vreemd ben ik gebleven, tot op de dag van vandaag en ik vrees dat dat nooit over zal gaan en niet eens omdat ik dat zelf zo wil, maar omdat ik nu eenmaal PDD-NOSser ben. Ik ga niet uitleggen wat PDD-NOS is, wat dat met iemand doet is voor ieder individu weer anders en het is te complex voor een blogje. Ik ben er in ieder geval al heel mijn leven mee bezig en snap het soms nog niet, laat staan dat ik het moet uitleggen aan anderen.

Ondanks dat zoiets al werd geopperd toen ik nog maar een klein ventje was, is het verder nooit onderzocht. Dat deed men niet in die tijd en werd de diagnose pas heel laat gesteld. Pas toen het een paar jaar geleden bij onze dochter werd geconstateerd, gingen ook bij mij de luikjes open en viel tenslotte het kwartje. Er zijn echter maar heel weinig mensen die echt iets zullen merken van mijn PDD-NOS.

Ja, ik ben dus PDD-NOSser, maar daarnaast ben ik nog zo veel meer. Dat PDD-NOS vormt niet mijn hele persoon. In mijn geval, maar een klein deel, maar het is wel een onderdeel van me. Een onderdeel wat voor de nodige complicaties voor mezelf, maar ook voor anderen die met mij moeten/willen samen leven zorgt.

Ik heb geprobeerd met een groot deel van die complicaties te handelen enik geloof dat dat me vrij aardig lukt. Er zijn zelfs mensen die het heel prettig vinden om met mij te leven en ik vind die mensen weer heel prettig. Er zijn heel veel dingen die voor mij moeilijk waren en nog moeilijk zijn, maar ik loop met mijn complicaties niet te koop en probeer om anderen zo min mogelijk tot last te zijn.
Er zijn dingen die kosten mij iets wat meer energie dan anderen en ik heb soms tijd nodig voor mezelf om de chaos die er soms in het hoofd zit wat te ordenen. Vaak moet ik dat wel noodgedwongen omdat de migraine me dan neer sabelt. Maar zoals ik al zei dat PDD-NOS is maar een heel klein stukje van mijn persoon.

Ik weet inmiddels uit ervaring dat een leven uit heel veel meer en heel veel leukere dingen kan bestaan dan zo’n stoornis. Al heb ik soms ook een harde leerschool gehad. 

Jammer is wel dat het bij mij betrekkelijk late leeftijd gediagnosteerd is, want ik had veel meer van mezelf begrepen als ik het eerder had geweten. Net zo goed als ik het ontzettend jammer vind dat ik het aan twee van mijn kinderen heb door gegeven. Als vader zal ik echter zeker aan die twee laten zien dat het geen belemmering hoeft te zijn om een mooi en waardevol leven te hebben en van dat leven te genieten met volle teugen, want ondanks die kleine complicatie die ik heb, doe ik dat!

 

Inzicht

Soms moeten dingen veranderen,
niet omdat anderen dat van je verwachten of willen,
maar omdat het beter is voor jezelf.

Zoals iemand me vandaag meldde, tijd voor een andere koers, andere inzichten
iemand die daar blijkbaar zelf ook voor gekozen heeft
en ik twijfel een beetje en heb zo het akelige gevoel dat ik daar niet meer in voorkom
dat ik dat gevoel heb is geen goed teken, want de ervaring leert dat mijn gevoel me niet zo heel vaak bedriegt

dan moet je je kijk op dingen, op mensen aanpassen

de verwachtingen die je blijkbaar toch had wat bijstellen
al had je dat deze keer en juist van die persoon zeker niet verwacht

en als je dan deze wijsheid van een meisje van acht ziet
opent dat de ogen van deze man van 55 en verschijnt er een flauwe glimlach op dat verkreukelde gezicht……………

Feeling Blue2 crop

Peaceful Easy Feeling – Eagles (1972)

eagles-usa-peaceful-easy-feeling-asylum-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
“Peaceful Easy Feeling” is a song written by Jack Tempchin and recorded by the Eagles. It was the third single from the band’s 1972 debut album Eagles. The single reached #22 on the charts and is one of the band’s most popular songs. Glenn Frey sings the lead vocal, with Bernie Leadon providing the main harmony vocal (starting in the beginning of the second verse) and Randy Meisner completing this three-part harmony.
Tommy Shannon, the former bass player for Stevie Ray Vaughan, stated that “Peaceful Easy Feeling” was playing on the radio when he found out about the helicopter accident that took Vaughan’s life.
Jack Tempchin wrote the song during a period in which he was performing at folk coffee shops around his hometown of San Diego. A friend had created a poster to advertise his performances, which included fake quotes from famous individuals attesting to Tempchin’s talent, which landed in the hands of a shop owner in nearby El Centro. Tempchin slept on the floor of the club the night of his show, and wrote an early version of “Peaceful Easy Feeling” on the back of the poster. Back in San Diego, Tempchin was rooming in a communal-type home with other musicians when inspiration for completing the song hit.

 

 
Er zijn van die momenten dat je mensen even helemaal zat bent, dat je het even helemaal gehad hebt en ik geloof dat ik er even heel dichtbij zit.

Problemen met één van de kinderen, als je vrouw (geheel ten onrechte) een bak met stront over zich heen krijgt van een aangetrouwd familielid, die een mening over van alles en nog wat heeft, maar beslist niet weet hoe de vork in de steel zit, en nog een stuk of wat teleurstellende ervaringen van de laatste tijd, dan twijfel ik ook aan alles en iedereen en langzaam bekruipt me dan dat gevoel.

Beslist geen Peaceful Easy Feeling dus. In tegendeel een heel beknellend gevoel. Een gevoel van laat allemaal maar. Heb dan het gevoel dat niemand op me zit te wachten. Ik ga me dan afsluiten, kruip terug in m’n schulp. Iets waar ik met heel veel moeite soms uit kruip, maar door dit soort incidenten zoek ik die veiligheid maar weer al te graag op.

Ik moet daar voor oppassen dat weet ik. Geheel tegen mijn aard, maar uit bescherming wordt ik harder, afstandelijker. Ik verspeel hierdoor misschien een vriendschap die me veel waard is, hoewel ik zelfs aan de echtheid van die vriendschap twijfel, maar ik zit nu eenmaal zo in elkaar. Ondanks dat ik dit weet van mezelf, kan ik er maar met moeite iets aan veranderen en soms ontbreekt ook gewoon de energie even om er tegen te vechten.

Ik heb ze gelukkig niet zo vaak meer die periodes, maar ik voel dat ik er dicht tegenaan zit. Ik voel de energie in me minder worden. Een machteloosheid kruipt in me en de zin om iets te ondernemen wordt minder. Ik heb dan ook het gevoel dat niemand me begrijpt, ik betwijfel of ik mezelf wel begrijp.

Buiten raast de storm en mijn beste vriendin staat met haar trouwe hondenogen te smeken om er op uit te gaan. Ik denk dat ik met haar mee ga. Even met de kope tegen de wind in lopen, misschien helpt dat een beetje en denk ik er straks, of misschien morgen, of misschien volgende week heel anders over……..

It’s Oh So Quiet – Björk (1995)

 

 

bjork_its_oh_so_quiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“It’s Oh So Quiet” is a song by American singer Betty Hutton, released in 1951 as the B-side to the single “Murder, He Says”. It is a cover of the German song “Und jetzt ist es still”,performed by Horst Winter in 1948, with music written by Austrian composer Hans Lang and German lyrics by Erich Meder. The English lyrics were written by Bert Reisfeld. A French title, Tout est tranquille, was performed in 1949 by Ginette Garcin and the Jacques Hélian Orchestra.
The song was covered by Björk in 1995. It remains her biggest hit, reaching #4 in the UK and spending 15 weeks on the UK Singles Chart. Fuelled by the Spike Jonze-directed music video clip, the single also shot Björk into the spotlight in Australia, where it reached #6. In the United Kingdom the single has been certified as Gold, having sold upwards of 400,000 copies.
The song is used in the promo for the sixth and final season of HBO’s romantic sitcom Sex and the City and, as a cover version by Lucy Woodward, in Walt Disney Pictures’s 2005 film Ice Princess.
The music video, directed by Spike Jonze, which was shot in San Fernando Valley, California, features everything in slow motion as Björk sings the verses; during the riotous chorus, everything returns to regular speed and everyone near her dances along. Normal life resumes during the next verse with the return of slow motion. This theme continues throughout the video. This video based on Jacques Demy’s 1964 film Les Parapluies de Cherbourg.
“It’s Oh So Quiet” video received six nominations for the MTV Video Music Awards for 1996 including Best Female Video, Best Art Direction, Breakthrough Video, Best Direction in a Video, International Viewer’s Choice Award — MTV Europe and Best Choreography in a Video, winning Best Choreography.

 

 

 

En dan ineens is het stil, heel stil, opvallend stil ………. Zo stil dat het dus zelfs zo’n sukkel als ik opvalt!

Het is nu eenmaal onvermijdelijk in het leven dat mensen in je leven opduiken en mensen weer verdwijnen. Een continu proces lijkt wel. Toch raak je aan sommige mensen op één of andere manier gehecht en juist dan vind je het jammer dat die mensen verdwijnen. Helaas toch gebeuren die dingen.

Verrassend hoe je mensen soms ontmoet, soms op de raarste plaatsen. Zo heb ik contact met iemand gekregen op een plaats waar ik dat nooit op die manier had verwacht. Toch was er iets. Ik weet niet goed hoe je het moet noemen. Een klik, een gevoel van verwantschap, iets van vriendschap, in ieder geval had ik een goed gevoel.

Er ontstond een leuk contact, via berichtjes, foto’s, soms uitdagend, soms serieus, soms heel serieus, maar in ieder geval heel regelmatig en frequent. Tot op een bepaald moment er iets veranderde. Het gevoel werd anders, wat afstandelijker. Je kunt het niet omschrijven maar het gevoel wordt anders en ineens werd het dus opvallend stil.

UIteraard is er een reden voor, zoals er voor alles een reden is. Ik kan er waarschijnlijk tientallen verzinnen, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik hou niet zo van speculeren, heeft geen enkele zin want de enige echte reden weet ook alleen die ander.

Ik heb al eens eerder, zelfs één nog niet eens zo heel lang geleden, soortgelijke ervaringen gehad, maar ik kan er niet echt aan wennen.

God – John Lennon (1970)

john_lennon_god1

 

 

“God” is a song from John Lennon’s first post-Beatles solo album, John Lennon/Plastic Ono Band. The album was released on 11 December 1970 in the United States and the United Kingdom.
The song was considered controversial upon release, dealing with anti-religious themes.
There are three sections in the song: In the first section, John Lennon describes God as “a concept by which we measure our pain”.
In the second, Lennon lists many idols that he does not believe in, ending by stating that he just believes in himself (individuality) and Yoko (his wife). The idols he lists are: magic, I Ching, Bible, tarot, Hitler, Jesus, Kennedy (which he also sang as “Kennedys”, referring to both John F. Kennedy and Robert F. Kennedy), Buddha, mantra, Gita, yoga, kings, Elvis, Zimmerman (Bob Dylan) and Beatles.
The final section describes Lennon’s change since the break-up of The Beatles. He states that he is no longer the “Dreamweaver” or “The Walrus”, but just “John”. The final line of the song, “The dream is over” represents Lennon’s stance that the myth “the Beatles were God” had come to an end. “If there is a God,” Lennon explained, “we’re all it.”

 

 

General Comment
I think this is John Lennon saying that at that point in his life nothing else matters or is important to him other than his happiness with his wife. The long list are just examples of things and people that have in some way influenced great masses of people in the past and are of no importance to him. The last line expressing his non-belief in ‘Beatles’ is what leads him to say that ‘the dream is over – what can i say – the dream is over – yesterday. Though he is well beyond the Beatles at this time he realises that they are still important to a great many people. He is basically apologising for not being John the Beatle anymore, that he still regards them all as friends though they will have to carry on. The dream (being the Beatles) is over . .

 

god john lennon

 

God is a concept
By which we measure
Our pain
I’ll say it again
God is a concept
By which we measure
Our pain

I don’t believe in magic
I don’t believe in I-Ching
I don’t believe in Bible
I don’t believe in tarot
I don’t believe in Hitler
I don’t believe in Jesus
I don’t believe in Kennedy
I don’t believe in Buddha
I don’t believe in mantra
I don’t believe in Gita
I don’t believe in yoga
I don’t believe in kings
I don’t believe in Elvis
I don’t believe in Zimmerman
I don’t believe in Beatles
I just believe in me
Yoko and me
And that’s reality

The dream is over
What can I say?
The dream is over

 

 

 

Een song van John Lennon uit 1970 al en voor mij nog steeds heel actueel. Ik ben ook niet zo’n gelover. Het rijtje wat John Lennon in zijn song GOD opnoemt is aan de vrij korte kant, want die lijst kan tegenwoordig nogal aangevuld worden. Ik weet eigenlijk niet zo goed (meer) waar we nog wel in kunnen geloven. Wie we nog wel kunnen geloven. Misschien alleen nog in ons zelf, alhoewel ook daar ben ik (zeker in mijn geval) niet altijd even zeker van …………

Colours – Donovan (1965) -2-

donovan colours

Yellow is the colour of my true love’s hair
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise,
That’s the time, that’s the time,
I love the best.

Blue’s the colour of the sky
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise.
In the mornin’ when we rise.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Green’s the colour of the sparklin’ corn
In the mornin’ when we rise,
In the mornin’ when we rise.
In the mornin’ when we rise.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Mellow is the feeling that I get
When I see her, mm hmm,
When I see her, uh huh.
That’s the time, that’s the time
I love the best.

Freedom is a word I rarely use
Without thinkin’, mm hmm,
Without thinkin’, mm hmm,
Of the time, of the time
When I’ve been loved.

Colours van Donovan is één van die liedjes waar ik vrolijk van wordt als ik het hoor, ook nu weer.

Soms heb ik zo’n bui dan ga ik op pad, zomaar ergens naar toe. Geen doel, geen plan. We zien wel hoe het loopt en waar we uitkomen.
Je komt dan in verrassend leuke plaatsjes en ziet, als je tenminste goed kijkt, ook verrassend leuke dingen.

Dingen ook waar je vrolijk van wordt. Vandaag was weer zo’n dag en ook nu bracht het avontuur me op leuke plaatsen en werd ik vandaag onder andere opgevrolijkt door het mooie weer en door deze kleurige pompoenen……………

Screen Shot 10-12-14 at 06.30 PM Screen Shot 10-12-14 at 06.31 PM 001 Screen Shot 10-12-14 at 06.31 PM