Respectable – The Rolling Stones (1978)

the-rolling-stones-respectable-rolling-stones-4

“Respectable” is a song by The Rolling Stones from their 1978 album Some Girls. It was written by Mick Jagger and Keith Richards. In the liner notes to the 1993 compilation album Jump Back: The Best of The Rolling Stones (on which it was included), Jagger said, “It’s important to be somewhat influenced by what’s going on around you and on the Some Girls album, I think we definitely became more aggressive because of the punk thing…”
Recorded from October through December 1977, “Respectable” was originally written by Mick Jagger to be a slower song, but guitarist Richards saw the advantages of speeding up the tempo and crafting a rocker out of the song. Jagger continued in the liner notes, “On ["Respectable"] I was banging out three chords incredibly loud on the electric guitar, which isn’t always a wonderful idea but was fun here. This is a punk meets Chuck Berry number…” This resulted in Jagger and Richards having arguments over the song’s tempo.
The biting lyrics talk of a woman rising into high society and Jagger’s attempts to remind her of where she came from. Jagger said at the time of its release, “‘Respectable’ really started off as a song in my head about how respectable we as a band were supposed to have become, ‘We’re so respectable’. As I went along with the singing, I just made things up and fit things in. Now we’re respected in society… I really meant [the band]. My wife’s a very honest person, and the songs’s not about her… It’s very rock & roll. It’s not like (Bob Dylan’s) ‘Sara’. ‘Respectable’ is very lighthearted when you hear it. That’s why I don’t like divorcing the lyrics from the music. ‘Cause when you actually hear it sung, it’s not what it is, it’s the way we do it…”
“Respectable” was released as a single in the United Kingdom on 15 September 1978, where it peaked at no. 23 on the UK Singles Chart, at that time their lowest-charting official single in the UK. A memorable music video, which was directed by Michael Lindsay-Hogg, was made for the single, featuring a more “punk” Stones on display. A still from this video—with departed bassist Bill Wyman edited out—was used as the cover for the band’s 2005 compilation album Rarities 1971–2003. It also appeared on later compilations such as Jump Back, and GRRR!

 

 

Een prima rocknummer van The Stones, van hun in 1978 uitgekomen album Some Girls, waar ook de hit Miss You en het lekkere Beast of Burden op staan. Some Girls vond ik een sterk album, hierna volgeden nog Emotional Rescue en het heel sterke Tattoo You, maar Undercover vond ik al minder en het werk wat hierna verscheen heb ik eigenlijk aan me voorbij laten gaan.

Toch blijven The Stones een band die respect verdiend. Ik had dit weekend tijdens onze jaarlijkse familiedag trouwens nog een discussie met iemand over respect. Het kwam er eigenlijk op neer dat hij vond dat je te allen tijde respect moet hebben voor je ouders. Ik heb eerlijk gezegd een beetje moeite om respect op te brengen voor mijn schoonouders, en ik kan me daarom heel goed voorstellen dat er kinderen zijn die niet zo heel veel respect (meer) hebben voor hun ouders.

Ik zou me namelijk heel goed kunnen voorstellen dat mijn vrouw en haar zus en broertje niet zo heel veel of zelfs geen enkel respect meer hebben voor hun vader en moeder. Als ik zo hun verhalen hoor en ik zie hoe ze zich nu als ouders en grootouders gedragen hebben die 2 mensen ook niet echt veel recht op respect.

Ik ben namelijk van mening dat het krijgen van respect geen recht van ouders is, maar dat ze toch echt hun best moeten doen om dat respect te verdienen en sommige ouders doen daar ogenschijnlijk maar heel weinig moeite voor. Daar komt bij dat kinderen in de regel heel tolerant zijn naar hun ouders en ouders het wel erg bont moeten maken willen ze het respect van hun kinderen verspelen. Ik ga daar uiteraard geen oordeel over geven, dat mag ik ook niet, dat mogen alleen hun kinderen doen.

Net zo goed als mijn kinderen een oordeel over mijn doen en laten mogen geven. Ik probeer in ieder geval mijn best te doen om hun respect te verdienen en te behouden. Ik denk dan ook bij veel wat ik doe na over de gevolgen en hou er ter dege rekening mee wat mijn kinderen daarvan zouden vinden. Het lijkt mij dat niets voor een mens pijnlijker is dan het gevoel te hebben dat je kinderen zich moeten schamen voor de dingen die je als volwassene, als ouder doet.

Natuurlijk ben ik niet roomser dan de Paus en heb ik ook wel eens dingen gedaan waarvan ik achteraf denk “maar goed dat mijn kinderen dit niet weten, want ze zouden zich nogal generen”. Over het algemeen ben ik er geloof ik aardig in geslaagd om een goed voorbeeld te zijn, een paar misstappen daar gelaten.

Ik ga nu geen voorbeelden noemen, die hou ik wijselijk voor me. , maar ik denk dat iedere ouder wel wat van die ‘pijnlijke’ momenten uit zijn jeugd of recenter verleden kan opnoemen. Toch zijn dit soort dingen vaak niet de reden dat ouders het respect van hun kinderen verliezen, daarvoor zijn andere ‘misdragingen’ nodig en moeten die ‘misdragingen’ gedurende langere tijd plaats gehad hebben. Pas dan verliezen kinderen het vertrouwen in hun ouders en raken die ouders het respect van hun kinderen op den duur kwijt.

Mijn schoonouders hebben dus inmiddels mijn respect en dat van hun kinderen niet meer. Het contact met die ouders is er dan ook niet of nauwelijks meer. Een idee waar ik eigenlijk niet aan moet denken. Ik zou me namelijk geen raad weten als mijn kinderen en mijn eventuele kleinkinderen geen behoefte meer aan mij zouden hebben.

People Help The People – Cherry Ghost (2007)

Cherry-Ghost-People-Help-the-People

 

 

God knows what is hiding in this world of little consequence
Behind the tears, inside the lies
A thousand slowly dying sunsets
God knows what is hiding in those weak and drunken hearts
I guess the loneliness came knocking
No one needs to be alone, oh save me

People help the people
And if your homesick, give me your hand and I’ll hold it
People help the people
Nothing will drag you down
Oh and if I had a brain, Oh and if I had a brain
I’d be cold as a stone and rich as the fool
That turned, all those good hearts away

 
“People Help the People” is the second single taken from Cherry Ghost’s début album, Thirst for Romance. It was made available to download on 11 June 2007, and followed two weeks later on CD and 7″ vinyl. The band played the song live on Later… with Jools Holland on 24 November 2006. Jimi Goodwin of the band Doves plays drums on the single. “People Help the People” peaked the UK Singles Chart at #27. The song was also a hit in Italy.
The melody for “People Help the People” came into lead singer Simon Aldred’s head unexpectedly as he arrived in India for a three month backpacking holiday. In order to remember the tune throughout his guitar-less sojourn, he would hum it to himself daily.
Two music videos were produced for the song, one directed by Huse Monfaradi, the other one directed by Chris Hopewell.
English musician Birdy released a cover version of the song, which was released on 28 October 2011 as a download in the United Kingdom. In 2012, the song received attention in Australia when it was used in a trailer for a Neighbours storyline.

 

Song Meaning
The song is about how people are becoming greedy and spoiled and thinking with their heads rather than their hearts. But how a person with a kind heart is willing to give something but not expect anything in return.
About how not every one is cold hearted, but some people are, and they are hurting others.

 

Mooi nummer van Cherry Ghost en ook de cover van Birdy klinkt niet verkeerd. Helaas gebeurt het steeds minder in de wereld dat mensen elkaar helpen. Mensen echt iets voor elkaar over hebben, zonder daar een beloning (op wat voor manier dan ook) voor terug te verlangen.

Steeds meer valt me op dat de echte betrokkenheid van mensen gaat ontbrekend. We hebben geen tijd meer voor elkaar, maken geen tijd meer voor elkaar. Dit weekend was onze jaarlijkse familiedag en ook daar zie ik het elk jaar toenemen. De gesprekjes zijn niet meer dan beleefdheden uitwisselen, elkaar vertellen over de fantastische vakanties die we gehad hebben en de geweldige dingen die we doen, maar echt iets met elkaar delen, doet eigenlijk niemand meer.

Je merkt steeds meer dat mensen steeds afstandelijker worden, harder lijkt het wel. Ogenschijnlijk vrij makkelijk worden mensen tegenwoordig gedumpt voor een aantrekkelijker exemplaar, iemand die wel aandacht lijkt te hebben voor je, zeker nu het aanbod door o.a. de sociale media zo veel groter geworden is dan voorheen. Helaas is vaak ook die aandacht maar van korte duur. Het viel mij onder andere op die familiedag op hoeveel nieuwe gezichten ik zag in vergelijking met het vorige jaar en dat lag niet aan mijn geheugen.

Ik zou het heel graag willen, maar helaas ook ik ben niet heel veel anders dan de meeste mensen. Als ik namelijk het gevoel krijg dat mensen zich niet echt voor mij interesseren en niet veel tijd (meer) aan mij willen besteden, lopen die mensen kans dat ze ook mijn aandacht verliezen. Dan vind ik mijn tijd toch ook net iets te kostbaar om als het braafste jongetje van de klas op mijn beurt te gaan zitten wachten. Dan gaat ook mijn aandacht naar andere dingen en wordt mijn enthousiasme voor die mensen, hoe leuk ik ze eigenlijk ook vind, op den duur toch ook een stuk minder. 

Listen To The Music – The Doobie Brothers (1972)

doobie-brothers-listen-to-the-music-warner-bros

“Listen to the Music” is a song recorded by The Doobie Brothers on their second album Toulouse Street. This song was The Doobie Brothers’ first big hit, it remains a concert staple and is one of The Doobie Brothers’ biggest hits.[citation needed] This song is usually played as the last song during every one of The Doobie Brothers’ concerts.
Writer Tom Johnston described the motivation for the song as a call for world peace:
“The chord structure of it made me think of something positive, so the lyrics that came out of that were based on this utopian idea that if the leaders of the world got together on some grassy hill somewhere and either smoked enough dope or just sat down and just listened to the music and forgot about all this other bulls—, the world would be a much better place. It was very utopian and very unrealistic (laughs). It seemed like a good idea at the time.”
The studio recording used a prominent flanging effect, audible from the bridge until the fadeout and when released as a single by Warner Bros. Records, the song peaked at #11 on the Billboard Hot 100 in November 1972. Its commercial success helped the album Toulouse Street skyrocket on the charts. The song remains a staple of adult contemporary and classic rock radio. The band also uses it as an encore song during live shows. It was written and sung by guitarist and vocalist Tom Johnston. Patrick Simmons, the second guitarist and vocalist in the group, sings the bridge of the song.
During the 1982 ‘Farewell Tour,’ the song was the last one played on the setlist as the encore with drummer Keith Knudsen singing the lead vocal.
Lekker nummertje van de Doobie Brothers uit 1972. Ik was een jaartje of 14 dus toen dit nummer voor het eerst op de radio voorbij kwam. Radio Veronica dus, want dat stond zo’n beetje de hele dag aan.
Ik had de aansporing van die Doobie Brothers toen al niet nodig en nog steeds niet, want luisteren naar muziek is een levenswijze geworden. Mijn dag begint met muziek en in veel gevallen eindigt hij ook met muziek.
Eerlijk gezegd ben ik niet zo’n grote fan van The Doobie Brothers, spreekt hun muziek me niet zo heel erg aan, maar dit nummer heeft wel iets. Is vrolijk makend, net als heel veel ander muziek, want ik sta beslist niet elke dag vrolijk fluitend op. Zo leuk is het leven nu ook niet altijd, maar muziek kleurt voor mij die wereld wel vaak een beetje mooier in.

Cowgirl In The Sand – Neil Young (1969)

neil_young

“Cowgirl in the Sand” is a song written by Neil Young and first released on his 1969 album Everybody Knows This Is Nowhere. Young has also included the live versions of the song on several albums and on the Crosby, Stills, Nash and Young album Four Way Street. It has also been covered by The Byrds on their self-titled album. Like two other songs from Everybody Knows This Is Nowhere, “Cinnamon Girl” and “Down by the River”, Young wrote “Cowgirl in the Sand” while he was suffering from the flu with a high fever at his home in Topanga, California.
The song’s lyrics are about a promiscuous woman, or perhaps three different women if each verse describes a different woman. Author Nigel Williamson describes the lyrics as “obscure and dreamlike, addressed to some idealized woman.” Music critic Johnny Rogan describes the lyrics as “oblique”, describing the woman as being both “idealistic” and “idealized” by the singer, referring particularly to the line “When so many love you, is it the same?” Author David Downing suggests that this line reflects ambiguity as to whether increased sexual freedom is a blessing or whether it is a curse. Downing, however, feels that the next line, “it’s the woman in you that makes you want to play this game”, was already outdated when the song was released in the late 1960s. At the time of the song’s initial release, Rolling Stone Magazine described the lyrics as “quietly accusative”. Young himself has claimed that “Cowgirl in the Sand” is about his impression of “beaches in Spain”, despite the fact that when he wrote the song he had never been to Spain.
Author Ken Bielen suggests an interpretation of the lyrics, in which Young is singing about himself. The sand in the title could be a reference to young people coming to California, which has many beaches. The woman in the first verse could be a veiled reference to Young, since Young moved from Canada to California. Lines such as “Old enough now to change your name” and “Has your band begun to rust” could be references to Young’s departure from the band Buffalo Springfield. The line “When so many love you, is it the same?” could be a reflection of Young’s own ambivalence towards fame, and in Bielen’s interpretation, the line that bothered Downing, “it’s the woman in you that makes you want to play this game”, could be a reference to Young believing that his own feminine side is causing him to seek fame despite the harassment that fame attracts.
The music of “Cowgirl in the Sand”, like that of “Down by the River”, is based on a chord progression from major chord to minor chord. Also like “Down by the River”, the song features several guitar solos featuring what critic Toby Creswell describes as “distortion and chaos”. Young plays a distorted guitar section after each of the three choruses. Williamson claims, that the song includes “some of the most powerful and untamed lead guitar playing ever recorded”. Allmusic critic Matthew Greenwald describes Young’s guitar playing as his “most barbed guitar excursions”.Rogan notes, that it “has rightly been acclaimed as a prime example of Young’s distinctive, brooding guitar work.” However, when the song was first released, Rolling Stone Magazine, while noting that “the lead guitar, alternatively soaring, piercing and driving, keeps the song surging forward”, considered Young’s guitar work on this song “inferior” to that on earlier songs. Rolling Stone considered Young’s vocal performance as “the real key to the success of this track”, particularly praising the “depth” of his voice.

Lekker stukje muziek van Neil Young van zijn lp Everybody Knows This Is Nowhere, waar nog een paar topnummers op staan. “Round and Round” vind ik nog zo’n heerlijke song. Ik hou sowieso meer van de ballads van Neil Young. Het ruigere werk van hem spreekt me vaak minder aan, maar veel van zijn ballads behoren tot mijn favorieten. Dit Cowgirl in The Sand zit er net tussen in, maar vooral die snerpende gitaren klinken als muziek in mijn oren!
Ik kom op dit nummer Cowgirl in the Sand omdat ik ook iets heb met koeien. Niet zo vreemd natuurlijk voor een polderjongen als ik. In die polder waar ik woon staat het namelijk vol met deze meiden. De één nog mooier dan de ander. Ze vinden het ook vaak prima als ik ze op de foto zet en hebben er geen enkel probleem mee om naakt te poseren. Ook iets wat ik heel erg waardeer van de meiden. Niet zo vreemd dus dat het mijn favoriete modellen zijn.

Screen Shot 09-12-14 at 07.24 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.25 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.26 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.27 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.28 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.29 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.30 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.31 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.32 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.33 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.34 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.37 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.40 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.42 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.44 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.46 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.54 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.55 PM 001 Screen Shot 09-12-14 at 07.55 PM Screen Shot 09-12-14 at 07.56 PM

Julia – The Beatles (1968)

beatles julia

 

“Julia” is a song by the Beatles. It is the final song on side two (disc one on CD) of the band’s 1968 album, The Beatles (often called the White Album).
“Julia” was written by John Lennon (credited to Lennon–McCartney) and features Lennon on vocals and acoustic guitar. It was written during the Beatles’ 1968 visit to Rishikesh in northern India, where they were studying under the Maharishi Mahesh Yogi. It was here where Lennon learned the song’s finger-picking guitar style (known as ‘Travis-picking’) from the Scottish musician Donovan. No other Beatle sings or plays on the song. While Paul McCartney made several “solo” recordings attributed to the group, dating back to his famous song “Yesterday”, this is the only time that Lennon played and sang unaccompanied on a Beatles track.

“Julia” was written for John’s mother, Julia Lennon (1914–1958), who was knocked down and killed by a car driven by a drunk off-duty police officer when John was 17 years old. Julia Lennon had encouraged her son’s interest in music and bought him his first guitar. But after she split with John’s father, John was taken in by his aunt, Mimi, and Julia started a new family with another man; though she lived just a few miles from John, Julia did not spend much time with him for a number of years. Their relationship began to improve as he neared adolescence, though, and in the words of his half-sister, Julia Baird: “As he grew older, John would stay with us more often. He and Daddy got along well enough, and in the evenings when our daddy, a headwaiter, was at work, John and Mummy would sit together and listen to records. She was an Elvis Presley fan from the word go, and she and John would jive around the room to ‘Heartbreak Hotel’ and other great Elvis songs. John inherited his love of music from her, and she encouraged him to start with piano and banjo, making him play a tune again and again until he got it right.”
“I lost her twice,” Lennon said. “Once as a five-year-old when I was moved in with my auntie. And once again when she actually physically died.”
The song was also written for his future wife Yoko Ono, whose first name, which literally means “child of the sea” in Japanese, is echoed in the lyric “Oceanchild, calls me.” Towards the end of his life, he often called Yoko “Mother.”
The line “Half of what I say is meaningless, but I say it just to reach you” was a slight alteration from Kahlil Gibran’s “Sand and Foam” (1926) in which the original verse reads, “Half of what I say is meaningless, but I say it so that the other half may reach you”. Lennon also adapted the lines “When I cannot sing my heart, I can only speak my mind” from Gibran’s “When life does not find a singer to sing her heart she produces a philosopher to speak her mind”.
“Julia” was originally released as the final song on side two of The Beatles on 22 November 1968. Eight years later it was released as the B-side of the “Ob-La-Di, Ob-La-Da” single.
A portion of the song also appeared on the Love album mixed with “Eleanor Rigby”.

 

Zo maar op de raarste momenten kan een song bij me naar boven komen, een soort van afwijking van me vrees ik. Denken in muziek……

Toen ik deze boot voorbij zag komen aan de Lek, schoot meteen deze song doormijn hoofd, gek hé

 

julia

I’m Not Like Everybody Else – The Kinks (1966)

 kinks suny

“I’m Not Like Everybody Else” is a song written by Ray Davies and first recorded by The Kinks in 1966.

Davies had written the song for The Animals, but it was turned down, so the Kinks released their own version with guitarist Dave Davies on lead vocals. This went against the norm where each brother usually sang songs they had written themselves. Later performances of the song were sung by Ray, with Dave providing backing vocals and Eric Clapton influenced guitar solos. Both the Davies brothers continue to perform the song in their solo concerts.

The song was first released as the B-side to their single “Sunny Afternoon” but soon became a favourite and was often part of the Kinks live act. Ray Davies continues to play the song regularly and has been using the song as an opening number in his 2006-2008 solo live appearances.

The song has been included on many compilations including Sunny Afternoon in the UK in 1967, The Great Lost Kinks Album in the US in 1973 and the 2002 greatest hits release The Ultimate Collection. It also appears as a bonus track on the 1998 CD reissue of Face to Face and the 2011 deluxe edition of The Kink Kontroversy.

General Comment

This is one of their best songs. I think if it was covered nowadays it would go down very well. I can totally see Jack White screeching through this, guiter wailing away.

I really think that this song is about the futility of saying that you’re not like everybody else……we’re all the same if you look at things a certain way…..and sometimes you can’t avoid looking at it that way.

This could have been a really iconic 60s song if it’d been released at the right time, and been a fully-fleged A side. Also, as I always say, if the Kinks hadn’t been banned from the US they would have been as big as the Beatles and I wouldn’t be the only one to have commented on this classic record. Sigh.

Wat hebben deze Kinks toch ook lekkere muziek gemaakt, zeker in de jaren zestig. Ik heb dan ook heel wat van hun singles en lp’s in bezit gehad. Inmiddels is die hele verzameling al weer weg en vervangen door wat downloads die nu ergens op een schijf staan, want uiteraard ben ik met mijn tijd meegegaan.

Er zijn mensen die nog steeds vast houden aan het vinyl omdat ze daar nu eenmaal een fijner gevoel bij hebben, er komt waarschijnlijk ook een brokje sentiment bij. Ik heb dat niet zo. Het gaat mij om de muziek en het maakt mij daarbij niet uit of dat van een lp, een cd of iets digitaals komt. Ik hoor dat verschil amper. Daarin verschil ik dus van een aantal muziekliefhebbers.

Zo heb ik uiteraard nog meer bijzonderheden. Dingen, gewoontes die mij een beetje anders maken dan anderen. Toch zie ik mijzelf niet als bijzonder, beslist niet. Er zijn nog altijd meer overeenkomsten dan verschillen. Ik denk af en toe wellicht een beetje afwijkend, maar in de regel pas ik me moeiteloos aan. Het valt me trouwens op dat we vaak meer op elkaar lijken dan we willen toegeven.

Er zijn echter ook een paar exemplaren die echt afwijkend gedrag vertonen. Dat zijn de individuen die echt opvallen. Dat zijn ook vaak de mensen die stof tot gesprek opleveren. Mensen die ons laten genieten of die ons irriteren, maar wat het effect ook is, laten we blij zijn dat er zulke mensen bestaan, maakt het leven toch net iets minder saai.

Neemt niet weg dat ieder mens wel zijn unieke dingen heeft, en dat is juist het mooie. Ieder mens heeft wel iets bijzonders in zich en dus gaat deze titel van The Kinks op voor bijna ieder mens, want bijna ieder mens heeft dus wel iets unieks en laten we daar alsjeblieft zuinig op zijn.

I’m A Believer – The Monkees (1966)

the-monkees-im-a-believer-rca-2

 

 

“I’m a Believer” is a song composed by Neil Diamond and recorded by The Monkees in 1966 with the lead vocals by Micky Dolenz. The single, produced by Jeff Barry, hit the number one spot on the U.S. Billboard Hot 100 chart for the week ending December 31, 1966 and remained there for seven weeks, becoming the last No. 1 hit of 1966 and the biggest-selling record for all of 1967. Because of 1,051,280 advance orders, it went gold within two days of release. It is one of the fewer than forty all-time singles to have sold 10 million (or more) physical copies worldwide.

The song was No. 1 in the UK Singles Chart for four weeks in January and February 1967.

Neil Diamond had already recorded this song before it was covered by The Monkees, and it still sometimes appears in his live concerts. A revised recording by Neil Diamond, featuring additional lyrics, appears on the album September Morn, while his original recording appeared on the 1967 album Just for You. Neil Diamond also suggested it to The Fifth Estate who recorded it as a 1967 album cut to follow up their hit “Ding-Dong! The Witch Is Dead”. The Monkees’ recording kept the novelty hit “Snoopy Vs. The Red Baron”, by The Royal Guardsmen, at number two for four weeks, from reaching the Hot 100’s summit.

 

 

I’m a Believer was de tweede single van de Amerikaanse band The Monkees. De single, een nummer geschreven door Neil Diamond, werd een nummer 1-hit in de Veronica Top 40 en de Parool Top 20. In de Top 2000 van Radio 2 bereikte het nummer in 2004 de hoogste positie. In 2001 werd het nummer in twee versies gecoverd voor de film Shrek, namelijk door de band Smash Mouth en door stemacteur Eddie Murphy.

Heerlijk nummertje en ook een leuke uitvoering in de film Shrek. Heel, heel lang geleden was ik er ook zo eentje, zo’n believer, maar ach net als het meeste in het leven is ook het geloof aan slijtage onderhevig, dus inmiddels ben ik niet zo’n believer meer, al heb ik zo heel af en toe een (kortstondige) opleving, die dan meestal na een poosje, soms al vrij snel, de grond ingedrukt wordt en da’s waarschijnlijk maar het beste ook!

Soms word ik dan nog een beetje creatief ook op mijn manier……

 

Screen Shot 09-09-14 at 10.03 PM